Netcongestieopgelost

Onderbouwing

Hoe de doorrekening werkt

Elk cijfer in een advies komt uit één deterministische rekenkern: dezelfde meetdata en dezelfde instellingen geven altijd hetzelfde antwoord, en alles is in de app na te rekenen. Dit document beschrijft die kern — van kwartierdata via de uitgangssituatie naar een doorgerekend plan — en verwijst per maatregel naar de eigen onderbouwing.

De basis: kwartierdata

Alles rekent op de kwartierwaarden van de meter: energie per 15 minuten, apart voor afname en teruglevering. Vermogen volgt daaruit als energie × 4 (1 kWh in een kwartier = 4 kW). Tijden worden in lokale tijd gelezen, met de zomer- en wintertijdwissel correct verwerkt. Een jaar is 35.040 kwartieren; een “piek” is dus altijd een kwartierpiek — precies het getal waarop de netbeheerder toetst.

De uitgangssituatie (baseline)

PiekHoogste kwartiervermogen per richting, met het tijdstip erbij.
BasislastHet 5e-percentiel van het vermogen — het altijd-aan-niveau, robuust tegen uitschieters.
BenuttingPiek gedeeld door het gecontracteerde vermogen (GTV) van die richting.
OverschrijdingenElk kwartier boven de grens telt mee; aaneengesloten kwartieren vormen samen één gebeurtenis. We rapporteren aantal gebeurtenissen, totale duur en de energie boven de grens — “4 keer, samen 1,25 uur, 2,1 kWh” zegt meer dan een kaal aantal.
JaartotaalGemeten energie, geannualiseerd naar een vol jaar zodat een halve meetreeks vergelijkbaar blijft.
CongestievenstersZijn er tijdsblokken geregistreerd (bijvoorbeeld een blokstroom-contract), dan tellen overschrijdingen binnen die vensters tegen de blokgrens — de strengste grens die daar geldt, niet het GTV.

Een scenario: de vaste volgorde

Een scenario is een stapel maatregelen op een aansluiting. De rekenvolgorde ligt vast en volgt de fysica, niet de volgorde waarin je ze aanklikt:

  1. Overheveling — meters van op te heffen aansluitingen tellen op bij het doel; dit verandert wat de méting is, dus ook de “voor”-situatie.
  2. Groei — de gemeten reeks wordt per richting geschaald, piek incluis.
  3. Extra verbruik — een getekend verbruiksprofiel of laadinfrastructuur komt bovenop de afname.
  4. Zon — opwek dekt eerst het eigen verbruik van dat kwartier; wat overblijft wordt teruglevering.
  5. Batterij — de opslag stuurt op het resultaat van alles hierboven, binnen de grenzen.

De grenzen zijn randvoorwaarden, geen stappen: een capaciteitswijziging vervangt het GTV en/of de terugleveringsgrens door een nieuwe waarde (er zit geen model achter — het is het doel waartegen gerekend wordt), en een blokstroom-blok legt binnen zijn uren een strakkere grens op. Grafieken tekenen altijd de gréns die in het scenario geldt — een GTV naar 188 kW verschuift de lijn mee, een blok maakt er binnen de bloktijden een trap van.

Hoe de batterij stuurt

De batterij vlakt per lokale dag af: hij zoekt per dag het laagste piekniveau dat de dag écht kan volhouden — door de dag chronologisch te simuleren, inclusief wat er eerder op de dag geladen kon worden — en ontlaadt boven dat niveau, laadt eronder. Binnen een blokvenster wordt het doel op de blokgrens geklemd, per kwartier tegen de grens van het blok waar dat kwartier in valt. Verliezen tellen aan beide kanten (wortel van het rondrit-rendement per richting), het vermogen begrenst wat er per kwartier kan, en bij teruglevering boven de terugleveringsgrens vangt de batterij eerst het grootste probleem af. Meerdere batterijen op één aansluiting werken als één pack: vermogen en capaciteit tellen op, rendement en SoC-grenzen wegen naar capaciteit.

Voor en nabetekenen altijd hetzelfde: “voor” is de meting (bij een overheveling: de samengevoegde meting), “na” is alles ingeschakeld. Het tussenresultaat “zonder batterij” wordt apart gerapporteerd, zodat zichtbaar is wat de andere maatregelen zelf al doen.

Wat er bewust niet in zit

Onderbouwing per maatregel: batterij · zonnepanelen · verbruiksprofiel · laadinfra · groei · overheveling · blokstroom — of terug naar het overzicht.