Onderbouwing
Laadinfra: van voertuigen naar kwartieren
Je beschrijft niet een verbruikscijfer maar de werkelijkheid erachter: welke voertuigen, hoeveel laadpunten, hoeveel er per dag bijgeladen moet en in hoeveel tijd. De energiebehoefte en het vermogen dat dat kost vólgen daaruit — zodat je geen getal kunt invoeren dat geen enkele combinatie van voertuigen kan waarmaken.
Wat je invult
| Voertuigtype | Personenauto of vrachtwagen; de keuze vult een gangbare accugrootte in (75 respectievelijk 500 kWh), die je gewoon mag aanpassen. |
|---|---|
| Laadpunten en vermogen | Aantal laadpunten × vermogen per punt = het geïnstalleerde vermogen: het slechtste geval dat de aansluiting moet kunnen dragen als alles tegelijk laadt. |
| Per dag te laden (%) | Hoeveel van de accu er dagelijks bij moet. Zelden 100% — een voertuig komt niet leeg aan. |
| Laadvenster | Optioneel: alleen laden tussen twee tijden (’s nachts bijvoorbeeld), eventueel over middernacht heen. |
Hoe het gerekend wordt
Het model laadt op vol vermogen vanaf het begin van het venster, tot de dagbehoefte binnen is — deterministisch, en het slechtste geval voor het net. Twee begrenzers houden het eerlijk: de energie stopt bij de dagbehoefte (anders draaide een 400 kW-lader de klok rond), en de tijd stopt bij het aantal beschikbare uren. Past de behoefte niet binnen het vermogen × de uren, dan rekent het scenario met wat er wél past — en zegt het formulier er vooraf bij dat het tekortschiet, in plaats van vermogen te verzinnen.
Eén asset is één soortlaadplein (“4 × 22 kW, personenauto’s, ’s nachts”). Een terrein met twee soorten is twee assets; het scenario telt ze op. Slim gestuurd laden bestaat in dit model als combinatie: het laadvenster verplaatst de last, en een batterij in hetzelfde scenario vangt de rest van de piek.
De grens van dit model
Elke dag is gelijk en elk laadpunt laadt synchroon — er zit geen spreiding of toeval in aankomsttijden. Dat maakt de piek een bovengrens: gelijktijdig laden op vol vermogen is precies waar een netbeheerder op toetst. Wie wil weten wat spreiding oplevert, tekent het als verbruiksprofiel of rekent een variant met een kleiner venster.
Zie ook hoe de doorrekening werkt en het overzicht van alle onderbouwingen.